Een garage valt fiscaal in box 1 of box 3, afhankelijk van de situatie. Hoort de garage bij je eigen woning en gebruik je hem puur privé, dan valt hij doorgaans in box 1 als onderdeel van de eigen woning. Gebruik je de garage als zelfstandig bezit of verhuur je hem, dan is box 3 vrijwel altijd van toepassing. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de fiscale indeling van een garage of garagebox.
Wanneer valt een garage in box 1?
Een garage valt in box 1 wanneer hij kwalificeert als aanhorigheid van je eigen woning. Dat betekent dat de garage fysiek en functioneel bij de woning hoort, door dezelfde eigenaar wordt gebruikt en niet zelfstandig wordt verhuurd of als bedrijfsmiddel wordt ingezet. In dat geval maakt de garage deel uit van de eigenwoningregeling en wordt hij meegenomen in de WOZ-waarde van de woning.
Concreet geldt box 1 voor een garage als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De garage staat op hetzelfde perceel als de woning, of bevindt zich in de directe nabijheid
- Je gebruikt de garage zelf, als bewoner van de bijbehorende woning
- De garage heeft geen zelfstandige economische functie, zoals verhuur of zakelijk gebruik
- De garage is niet apart gekocht of geregistreerd als zelfstandig onroerend goed
In de praktijk gaat het hier vaak om een inpandige garage of een schuur op het eigen erf. De Belastingdienst beoordeelt de situatie op basis van feiten en omstandigheden. Twijfel je of jouw garage als aanhorigheid kwalificeert? Raadpleeg dan een belastingadviseur voor een persoonlijke beoordeling.
Wanneer valt een garage in box 3?
Een garage valt in box 3 wanneer hij niet als aanhorigheid van de eigen woning kwalificeert. Dit is het geval bij een zelfstandige garagebox die je hebt gekocht of gehuurd als apart object, bij een garage die je verhuurt, of bij een garage die los staat van je eigen woning. In box 3 wordt de waarde van het bezit belast als vermogen.
Typische situaties waarbij box 3 van toepassing is:
- Je hebt een garagebox gekocht als zelfstandig onroerend goed, los van je woning
- De garage staat op een andere locatie dan je eigen woning
- Je verhuurt de garage aan een derde partij
- Je gebruikt de garage uitsluitend zakelijk, maar hij is geen onderdeel van een onderneming waarvoor je winst aangeeft
In box 3 wordt niet de werkelijke huurinkomst belast, maar een fictief rendement over de waarde van het vermogen. De WOZ-waarde van de garagebox geldt daarbij als uitgangspunt voor de waardering.
Wat is het verschil in belastingdruk tussen box 1 en box 3?
Het verschil in belastingdruk tussen box 1 en box 3 is aanzienlijk en hangt af van je persoonlijke situatie. In box 1 wordt de garage meegenomen in de eigenwoningregeling via het eigenwoningforfait, wat doorgaans een beperkte fiscale impact heeft. In box 3 wordt de waarde van de garage opgeteld bij je overige vermogen en belast via een forfaitair stelsel.
Belasting in box 1
In box 1 verhoogt de garage de WOZ-waarde van je woning, wat leidt tot een iets hoger eigenwoningforfait. Dit forfait is een percentage van de WOZ-waarde dat je als fictief inkomen moet opgeven. De belastingdruk is hier relatief beperkt, zeker als je een hypotheek hebt waarvan de rente aftrekbaar is.
Belasting in box 3
In box 3 wordt de WOZ-waarde van de garagebox opgeteld bij je totale vermogen. Over dat vermogen berekent de Belastingdienst een fictief rendement, waarover je belasting betaalt. Het tarief in box 3 bedraagt in 2026 een vast percentage over het berekende fictieve rendement. Hoe hoger je totale vermogen, hoe hoger het fictieve rendement dat wordt gehanteerd. Dit kan bij een waardevolle garagebox tot een merkbare belastingaanslag leiden, ook als je weinig of geen huurinkomsten ontvangt.
Wat betekent ‘aanhorigheid’ voor de fiscale indeling van een garage?
Het begrip aanhorigheid is cruciaal voor de fiscale indeling van een garage. Een aanhorigheid is een onroerende zaak die bij de eigen woning hoort, er functioneel mee verbonden is en door de eigenaar-bewoner zelf wordt gebruikt. Als een garage als aanhorigheid kwalificeert, valt hij automatisch in box 1 samen met de woning.
De Belastingdienst hanteert drie criteria om te bepalen of sprake is van aanhorigheid:
- Nabijheid: De garage bevindt zich op hetzelfde perceel of in de directe omgeving van de woning
- Functionele verbondenheid: De garage dient het woongenot van de eigenaar-bewoner
- Gebruik door de eigenaar-bewoner: De garage wordt niet verhuurd of zakelijk gebruikt door derden
Een garagebox op een apart park, op kilometers afstand van de woning, kwalificeert doorgaans niet als aanhorigheid. Zelfs als je hem uitsluitend privé gebruikt, ontbreekt de fysieke nabijheid die de Belastingdienst vereist. In dat geval valt de box automatisch in box 3. Dit is een veelgemaakte misvatting: privégebruik alleen is niet voldoende voor de kwalificatie als aanhorigheid.
Wat als je een garagebox verhuurt, hoe wordt dat belast?
Als je een garagebox verhuurt aan een derde, wordt die box belast in box 3. De werkelijke huurinkomsten worden in principe niet afzonderlijk belast; in plaats daarvan telt de WOZ-waarde van de garagebox mee als vermogen in box 3. Over dat vermogen betaal je belasting via het forfaitaire stelsel, ongeacht of je de box daadwerkelijk verhuurt of leeg laat staan.
Een paar belangrijke aandachtspunten bij verhuur van een garagebox:
- De WOZ-waarde van de verhuurde garagebox telt mee in je box 3-vermogen op de peildatum van 1 januari
- Huurinkomsten zelf worden in de meeste gevallen niet apart als inkomen belast, maar de waarde van het bezit bepaalt de belastinggrondslag
- Als de verhuur plaatsvindt vanuit een onderneming of als structurele bedrijfsactiviteit, kan de situatie anders liggen en is box 1 of de vennootschapsbelasting mogelijk van toepassing
- Verhuur van een garagebox die als aanhorigheid bij je woning hoort, doorbreekt de aanhorigheid en verplaatst de box naar box 3
Verhuur je een garagebox die je zelf huurt van een aanbieder zoals wij, dan ben je zelf huurder en geen eigenaar. In dat geval is er geen sprake van vermogen in box 3, omdat je geen eigendomsrecht hebt. Wel kunnen eventuele inkomsten uit onderverhuur fiscale gevolgen hebben; raadpleeg hiervoor een belastingadviseur.
Hoe geef je een garagebox correct op in de aangifte inkomstenbelasting?
Hoe je een garagebox opgeeft in de aangifte inkomstenbelasting hangt af van de fiscale indeling. Valt de garage in box 1, dan hoef je niets apart op te geven: de waarde is al verwerkt in de WOZ-waarde van je woning. Valt de garagebox in box 3, dan geef je de WOZ-waarde op als onderdeel van je vermogen op de peildatum van 1 januari van het belastingjaar.
Garagebox in box 3 opgeven
Ga naar het onderdeel “Bezittingen” in je aangifte en vul de WOZ-waarde van de garagebox in onder “Onroerende zaken”. De WOZ-waarde vind je op de WOZ-beschikking die je jaarlijks ontvangt van de gemeente. Heb je de garagebox pas in de loop van het jaar gekocht of verkocht, dan telt de waarde op 1 januari mee als je hem op die datum al bezat.
Garagebox in box 1 opgeven
Is de garage een aanhorigheid van je eigen woning, dan is de waarde al opgenomen in de WOZ-waarde van de woning. Je geeft in dat geval de totale WOZ-waarde van de woning inclusief garage op in het onderdeel “Eigen woning”. Er is geen aparte vermelding nodig voor de garage zelf.
Twijfel je over de juiste indeling of de te gebruiken waarde? De Belastingdienst biedt hulp via de website en de BelastingTelefoon. Voor complexere situaties, zoals verhuur of zakelijk gebruik, is advies van een fiscalist aan te raden.
Wil je een garagebox huren zonder de complexiteit van eigendom en bijbehorende belastingaangifte? Bij GaragePark kun je eenvoudig online een garagebox huren via onze webshop, of persoonlijk contact opnemen voor advies op maat. Huur vandaag nog! 🚀